Dit moet u weten over de WIA (voorheen WAO)

istock-673855294
0
In 2006 maakte de Wet op de Arbeidsongeschiktheid (WAO) plaats voor de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA). Zodoende zijn er mensen voor wie de WAO-regels nog altijd gelden, en mensen die onder de WIA vallen. Hoe zit dat eigenlijk, en wat moet u nog meer weten over de WAO en de WIA?

De WIA – opvolger van de WAO

Na veel gesteggel treedt op 1 januari 2006 de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) in werking – deze wet vervangt de WAO. Voor mensen die vóór die datum al een uitkering volgens de WAO kregen, blijven de WAO-regels gelden.

Wat zijn de verschillen tussen de WAO en de WIA?

  • De WIA hanteert twee gradaties: gedeeltelijk arbeidsongeschikt (WGA) en volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (IVA). In de WAO bestond er alleen een verschil in de mate van arbeidsongeschiktheid.
  • Binnen de WIA moet men werken naar vermogen: iemand die meer kan werken, wordt daarvoor beloond. In de WAO was dat niet altijd het geval.
  • In de WAO gold een ondergrens van 15 procent arbeidsongeschiktheid, in de WIA ligt die ondergrens op 35 procent.
  • Conform de WIA is de werkgever verplicht de zieke werknemer twee jaar loon door te betalen. In de WAO was dit maar één jaar.
  • Voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten bood de wetgever de mogelijkheid om naast een WAO-uitkering ook een WW-uitkering aan te vragen. De WIA hanteert één WGA-uitkering en deze is even hoog als de WAO- en WW-uitkering samen.
  • Iemand die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is, heeft volgens de WIA recht op een IVA-uitkering: 75 procent van het dagloon. Het eerdere verschil tussen dagloon en vervolgdagloon – zoals dat in de WAO nog bestond – is vervallen. Het is mogelijk de IVA-uitkering al eerder dan na twee jaar ziekte te ontvangen.
  • Voor mensen die als gevolg van arbeidsongeschiktheid onder het sociaal minimum komen, is er de Toeslagenwet. Deze wet vervangt de Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werkloze werknemers (IOAW).

Wat is het verschil tussen de Ziektewet en de WIA?

De WIA is een uitkering voor mensen die langer dan twee jaar ziek zijn. In de eerste twee jaar van ziekte is het normaal gesproken de werkgever die het loon doorbetaalt. Er is echter ook een groep mensen die dan een beroep op de Ziektewet kan doen. Dit geldt onder meer voor uitzendkrachten zonder vast contract, oproepkrachten, thuiswerkers en werklozen met een WW-uitkering die langer dan 13 weken ziek zijn. Daarnaast geldt de Ziektewet voor zwangerschaps- en bevallingsverlof. Wanneer een werknemer een zeer ernstig ongeval heeft gehad, kan de werkgever ervoor kiezen voor deze werknemer een ziektewetuitkering aan te vragen.

De Ziektewet acht iemand arbeidsongeschikt als hij door ziekte zijn eigen werk niet meer kan doen. De WIA gaat uit van arbeidsongeschiktheid als iemand door ziekte niet meer dan 65 procent van het oude loon kan verdienen. Daarbij geldt bovendien dat WIA niet alleen naar de oude baan kijkt, maar naar ál het werk dat iemand nog wel kan doen.

Wanneer heb ik recht op een WIA-uitkering?

Wanneer u bijna twee jaar (gedeeltelijk) arbeidsongeschikt bent, kunt u een WIA-uitkering aanvragen. Het criterium hierbij is dat u als gevolg van uw ziekte niet meer in staat bent om meer dan 65 procent van uw oude salaris te verdienen. Zo’n aanvraag komt niet uit de lucht vallen: gedurende de tijd dat u al arbeidsongeschikt bent, heeft u hierover al regelmatig contact met uw werkgever, de arbodienst of een UWV-adviseur. Er zijn twee verschillende WIA-regelingen – de WIA WGA en de WIA IVA. De WIA WGA is er voor mensen die verwachten dat hun arbeidsongeschiktheid van tijdelijke aard is. De WIA IVA is er voor mensen die niet of nauwelijks kunnen werken en voor wie de kans op herstel klein is.

Hoe vraag ik een WIA-uitkering aan?

Het UWV stuurt u na 88 weken ziekte een brief waarin staat vanaf welk moment u een WIA-uitkering kunt aanvragen. De aanvraag moet uiterlijk in de 93ste week van uw ziekte (1 jaar en 9 maanden) bij het UWV binnen zijn. Op de website van het UWV vindt u een handig stappenplan voor de aanvraag van de WIA-uitkering. Denk eraan dat u voor de aanvraag van de WIA-uitkering een DigiD-code nodig heeft.

Moet ik voor een WIA-uitkering gekeurd worden?

Wanneer u een WIA-uitkering hebt aangevraagd, nodigt het UWV u inderdaad uit voor een keuring. Zo’n keuring kent twee stappen. De eerste stap bestaat uit een gesprek met een arts – deze bespreekt hoe het met u gaat en beoordeelt uw psychische en/of fysieke klachten. Stap twee is het gesprek met een arbeidsdeskundige: hij bekijkt wat voor werk u nog wel kunt doen. U mag voor deze keuring altijd iemand meenemen en van de keuring krijgt u een verslag thuisgestuurd.

Kan ik bezwaar maken?

U kunt bij het UWV bezwaar maken tegen de genomen beslissing. Ook is het mogelijk bezwaar te maken als u vindt dat de arts of de arbeidsdeskundige u vervelend heeft behandeld.

Kan ik de WIA-uitkering ook al eerder aanvragen?

Dat kan: na minimaal drie weken ziekte is het mogelijk om vervroegd een WIA-uitkering aan te vragen. Deze mogelijkheid is er alleen voor mensen die langdurig en ernstig ziek zullen zijn of bijvoorbeeld als gevolg van een ongeval nu én in de toekomst niet meer kunnen werken. Het vervroegd aanvragen van de WIA-uitkering mag maar één keer, vandaar ook dat het UWV adviseert de vervroegde aanvraag alleen te doen als de bedrijfsarts of arbodienst dat heeft geadviseerd.

Hoe hoog is de WIA-uitkering?

Hoeveel uitkering u volgens de WIA krijgt, is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV hanteert hier het zogeheten arbeidsongeschiktheidspercentage voor. Daarbij kijkt het UWV naar het loon dat u verdiende voor u ziek werd en het loon dat u ondanks uw ziekte nog wel kunt verdienen.

Wat is een re-integratiewerkplan?

Uiteindelijk is het de bedoeling dat u geen beroep meer hoeft te doen op een WIA-uitkering. Daarom kijkt de arbeidsdeskundige samen met u naar de mogelijkheden om te re-integreren. U bent verplicht actief mee te werken aan uw re-integratie.

Laat een reactie